Welkom

  Historie

  Werkwijze

  Vriend worden

   

Ebenhaëzer - anno 1914

De Ebenhaëzer werd in 1914 gebouwd in Zwartsluis als vrachtschip. Er werd vooral turf en stenen vervoerd, maar omdat het laadvermogen van het schip niet voldoende bleek, werd in 1923 besloten het schip te verlengen tot de huidige 25 meter waardoor de maximale waterverplaatsing 104 ton werd. Omdat het schip nog geen motor bezat werd vlak voor de tweede wereldoorlog een opduwertje gekocht waardoor de schipper minder afhankelijk was van de wind. In 1944 werd het schip in het Apeldoornse kanaal door de Duitsers tot zinken gebracht. Na de oorlog werd de Ebenhaëzer gerepareerd en tot 1964 werd er nog af en toe een reisje mee gemaakt. Daarna lag de Ebenhaëzer bij een opkoper waar het in 1967 in verwaarloosde staat werd opgekocht door een stel fanatiekelingen uit Twente.

Het schip was vooral aantrekkelijk voor de Twentse zeilvereniging vanwege de beperkte zeilmogelijkheden in het Twentse land. Met een drijvende verplaatsbare uitvalsbasis kon het zeilgebied naar een voor watersport aantrekkelijker gebied worden verplaatst. Het schip moest eerst grondig gerestaureerd en schoongemaakt worden en in 1970 werd de huidige binnenboorddiesel gekocht. De vereniging had zo eindelijk een goed en verplaatsbaar motorschip. Nadat in 1972 de nodige financiële middelen gevonden waren kon er begonnen worden met de ombouw tot zeilschip. In het voorjaar van 1974 was D.Z. Euros de trotse eigenaar van een authentieke zeilende klipperaak

Sinds die tijd heeft de Ebenhaëzer een geheel eigen plaats binnen de vereniging verworven. Het schip wordt namelijk nog steeds gebruikt waarvoor het in 1967 werd gekocht: als 'Homeschip' tijdens verenigings-evenementen. In totaal wordt de Ebenhaëzer zo'n 150 dagen per jaar gebruikt wat een enorme toename is sinds de beginperiode. Als thuishaven gedurende het vaarseizoen dient de stad Workum.

In de wintermaanden ligt de Ebenhaëzer aan het Universitair Watersportcomplex van de drie Eurosverenigingen (zeil-, roei- en kanovereniging) waar het jaarlijkse onderhoud plaats vindt. In april wordt dan weer met een geheel opgefriste Ebenhaëzer de tocht naar het noorden ondernomen, om dan weer een heel seizoen intensief te worden gebruikt.

Het Schipperscollege
Varen met de Ebenhaëzer is iets lastiger dan met een klein bootje. Bovendien moet het schip 's winters onderhouden worden. De groep mensen binnen Euros die zich daarmee bezig houdt, is het Schipperscollege. Het Schipperscollege bestaat uit ongeveer 25 leden.

Tijdens alle evenementen vormen de Schipperscollegeleden de bemanning van de Ebenhaëzer. Eén daarvan is de schipper. Omdat vrijwel niemand aan het begin van zijn/haar studie met zo'n groot schip heeft gevaren, leidt de schipper de twee andere bemanningsleden op.